<<< terug 
   
  DE GROTE KERK OOSTHUIZEN
       
     HET MIDDENTOON ORGEL


 
 
De geschiedenis van het orgel is in nevelen gehuld; het is zelfs niet met zekerheid te zeggen hoe lang het zich al in de kerk van Oosthuizen bevindt. Enige tijd heeft het bekend gestaan als het oudste bespeelbare orgel in Europa, maar aan de juistheid van deze claim bestaat gerede twijfel. Zeker is dat het zeer oud is: een deel van het pijpwerk gaat waarschijnlijk terug tot
het begin van de I5e eeuw en is dus ouder dan de kerk.


 
De stijl van het orgel wijst op het begin van de 16e eeuw met wellicht P. Gerritz als bouwer. Halverwege de 17e eeuw is het pijpwerk door de orgelmaker Pieter Backer ingrijpend gewijzigd. Het instrument is in volgende eeuwen nog meerdere malen opgeknapt, het laatst rond 2002 door de Zaanse firma Flentrop.

 

Hoewel de geschiedenis zeer boeiend is, blijft de klank het belangrijkst. Deze heeft zijn authentieke 16e eeuwse aard behouden en is  indringend en krachtig. Dit is, behalve aan de originele oude constructie van de pijpen en de relatief hoge winddruk, mede te danken aan de
bijzondere stemming. In deze middentoon- stemming zijn de belangrijkste tertsen zo zuiver mogelijk gestemd, waardoor veel andere accoorden vals klinken. Dit beperkt het orgel- repertoire  tot muziek gecomponeerd vr ongeveer 1650; componisten uit die tijd hielden rekening met de beperkingen van die stemming en maakten soms zeer inventief gebruik van
de mogelijkheid iets vals te laten klinken.  
Muziek van Bach en latere componisten kan dus in het algemeen niet goed ten gehore worden gebracht op dit instrument.



  Het orgel is zeer eenvoudig van opbouw:
Er is slechts n klavier met de omvang
F, G, A - g", a".   Er zijn zeven registers;
de dispositie is als volgt:
Prestant 8'  -  Bourdon 16'  -  Octaaf 4'  -  
Quint 3'  -  Woudfluit 2'  -  Sexquialter 2 sterk, (discant vanaf c')  -  mixtuur 2-3 sterk,   Tremulant.
Toonhoogte: een halve toon boven 440.