De Schola Cantorum Purmerend werd opgericht in januari 1998 door
Tjeerd van der Ploeg en bestaat uit een vrouwen- en mannenschola die
doorgaans nooit samen zingen. De schola heeft zich toegelegd op het zingen
van getijdendiensten zoals Vespers, Metten en Completen en is niet aan een
vaste kerk gebonden. Incidenteel presenteren de mannen- en vrouwenschola
zich samen in concertante setting zoals vanmiddag.


Tjeerd van der Ploeg (1958) is sinds 2002 titulair organist van het fameuze
Nicholson-orgel (1882) in de St. Christoforuskerk te Schagen, dat geldt als
een van de meest geschikte instrumenten in Nederland voor romantische
orgelmuziek. Zijn concertrepertoire omvat vrijwel de gehele breedte van de
orgelliteratuur. CD-opnamen met werken van Herbert Howells (opgenomen
in Schagen en in Selby Abbey), maar ook van Charles Tournemire
(opgenomen in Douai, Cambrai en Parijs) kregen een hoge waardering van
zowel de nationale als de internationale pers.   Zijn laatste CD betreft een
opname van Bachs zogenaamde Grote Orgelmis, gespeeld op het historische
Garrels-orgel van de St. Nicolaaskerk in Purmerend.  Wegens zijn verdiensten
voor de Franse orgelliteratuur werd hem de Zilveren Medaille van de
Société Académique ‘Arts, Sciences et Lettres’ te Parijs toegekend.
Tjeerd van der Ploeg studeerde hoofdvak orgel in Leeuwarden bij Piet Post
en Jan Jongepier en in Amsterdam bij Jacques van Oortmerssen aan het
Sweelinck Conservatorium, waar hij in 1985 het einddiploma solospel voor
orgel behaalde. Reeds eerder behaalde hij diploma’s koordirectie, kerkmuziek
en een aantekening voor improvisatie. Hij heeft zich tevens uitgebreid verdiept
in de oude Spaanse muziek, bijvoorbeeld van Pablo Bruna en Francisco
Correa de Arauxo, waarover hij diverse artikelen in vakbladen heeft
gepubliceerd. Ook schreef hij over Engelse en Franse orgelmuziek en over
het gregoriaans. Met zijn Schola Cantorum Purmerend verzorgt hij regelmatig
gregoriaanse getijdendiensten.
Tjeerd van der Ploeg heeft een uitgebreide concertpraktijk en geeft lessen,
workshops en cursussen.

www.nicholsonschagen.nl

Het programma van vanmiddag geeft een indruk van een musiceerpraktijk die in de vergetelheid is geraakt. Het gebruik waarbij orgelmuziek en gregoriaans elkaar als gelijkwaardige partners afwisselen, de zogenaamde alternatim-praktijk, wordt vrijwel nergens meer gebezigd.
In de 15e  tot en met de 17e eeuw was deze praktijk bloeiend. Het orgel had louter een liturgische functie en had in afwisseling met de gregoriaanse schola een zelfstandige rol.
Naast gregoriaans dat alternerend met orgel wordt uitgevoerd klinken ook enkele gezangen zelfstandig.