Dit jaar bestaat de Grote- of Hervormde Kerk te Oosthuizen 500 jaar.

De kerk werd gebouwd tussen 1511 en 1518, in opdracht van de toenmalige "Vrouwe" van de Heerlijkheid Oosthuizen,
Maria van Zevenbergen.
Uit die periode stammen de klok, 1511, het koorhek en onderdelen van het orgel. Van latere datum, halverwege 1600, zijn
de Protestantse delen van het interieur; de kansel, de houten entree en de herenbanken. De machthebbers van na die tijd, de
familie van Bredehoff, hebben het gebouw gedecoreerd met een opvallend grafmonument (1723, voor François van Bredehoff)
en 12 grote rouwkassen ter herinnering aan in de grafkelder bijgezette familieleden .
De geschiedenis van het orgel is raadselachtig; het lijkt meerdere malen verbouwd, voornamelijk met oude onderdelen en
met pijpwerk dat wellicht teruggaat tot het eind van de 15e eeuw.
Deze 500e verjaardag zal de komende maanden op diverse wijzen gevierd worden
De start is een feestelijk concert door het Waterlands Kamerkoor op zondagmiddag 3 juni.
                                                                                       _____________
Het Waterlands Kamerkoor uit Purmerend dankt zijn naam aan de mooie polders van Purmerend en omstreken.
Het bestaat uit ongeveer 28 leden die met veel inzet en plezier streven naar kwaliteit in het uitvoeren van koormuziek.

         

Het koor werd opgericht in 1975 door de bekende organist Jan Jongepier. Sinds januari 2017 is Zana Naidionova de dirigent.
Elk jaar verzorgd het Waterlands Kamerkoor een aantal concerten op diverse locaties, waaronder o.a. het Requiem van J.Brahms,
Johannes Passion van J.S.Bach en “Drie eeuwen Russische spiritualiteit” met een uitvoering in de Hermitage te Amsterdam.
In 2015 bestond het koor 40 jaar. Op het programma stond een sefardisch programma en het 40 stemmige “Spem in alium” van
Thomas Tallis, waarbij het koor werd aangevuld met projectzangers. Het lustrumjaar werd in november afgesloten met de
Missa Scala Aretina van Francisco Valls.
Bij die gelegenheid werd het koor uitgenodigd om een concert in de Grote Kerk van Oosthuizen te geven.

Zana Naidionova, en organist Willem Poot hebben een programma samengesteld dat recht doet aan de (religieuze)
historie van het gebouw: een Rooms katholieke periode van zo'n 60 jaar, gevolgd door ruim vier eeuwen Protestantisme.
           TERUG      

LEES MEER:

Žana Naidionova
komt uit Litouwen, waar zij haar eerste muziekstudies heeft
gedaan: koordirectie en orgel. Daarna heeft zij haar studie in Nederland voortgezet:
orgel en klassieke zang. Žana verzorgt regelmatig solo-optredens als zangeres, is
werkzaam als zangdocente in Alkmaar en werkt regelmatig als zangcoach bij
diverse koren. Samen met pianiste Annemarie Ruiters vormt zij een liedduo
"Egelantier". Vanaf 2007 is Žana ook werkzaam als dirigent. Momenteel leidt zij een
aantal koren: het Mannenkoor Orpheus te Alkmaar, het Waterlands Kamerkoor uit
Purmerend en vanaf 2016 is ze organist/dirigent van de Willibrorduskerk te
Heiloo.

Willem Poot (1950) studeerde orgel bij Albert de Klerk aan het Sweelinck
Conservatorium Amsterdam. Tevens studeerde hij Theorie der muziek. Aan
diverse conservatoria was hij jarenlang verbonden als docent Algemene
Theoretische Vakken en Muziekgeschiedenis. In Frankrijk gaf hij meerdere malen
interpretatie-cursussen Nederlandse en Noordduitse orgelmuziek. Hij geeft
concerten in binnen- en buitenland en maakte diverse radio-, plaat- en CDopnamen.
Hij geeft lezingen en werkt regelmatig als publicist, arrangeur en als
muziek-regisseur / producer van CD-opnamen. Tegenwoordig heeft hij zijn eigen
muziekuitgeverij ‘Interlude Music Productions’. Daarvoor doet hij onder meer
onderzoek in bibliotheek-archieven. Veel onbekende muziek die hij daar heeft
gevonden heeft hij inmiddels uitgegeven. Hij is mede-initiatiefnemer en vaste
medespeler van het muziekensemble ‘Barok langs de Vecht'.



                                                            PROGRAMMA


Giovanni Gabrieli (1555-1612)                        Toccata secondo tono    ( orgelsolo )

Gregoriaanse melodie:                                      Terribilis est locus iste -

Anton Bruckner (1824-1896)                            Locus iste

Gregoriaanse melodie:                                       Kyrie

Laurynas Vakaris Lopas (1948)                         Kyrie en Gloria uit Missa brevis quasi grigalis

Jacobus Clemens non Papa (1510-1555)           Psalm 1  uit Souterliedekens

Claude Goudimel (1514-1572)                          Psalm 1,  twee coupletten uit het Geneefse                                   
                                                                           psalter (oudfranse tekst) in vierstemmige                                   
                                                                           zettingen uit     resp. 1564 en 1568                                                   

Cyrillus Kreek (1889-1962)                              Onnis on inimene (ps.1-3)

Gotthard Erythräus (ca.1560-1617)                  Vater unser im Himmelreich  (tekst van Martin Luther)

Henderick Speuy (1575-1625)                          Vader ons in Hemelrijck   ( orgelsolo )

Albert de Klerk (1917-1998)                             Pater noster

Johann Pachelbel (1653-1706)                          Magnificat
                                                                           Der Herr ist König


                                                        PAUZE


Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847)      Jauchzet dem Herrn, op 69: 2

Arnolt Schlick (ca.1455-ca.1521)                     Da Pacem   ( orgelsolo )

Arvo Pärt (1935)                                               Da Pacem

Johann Sebastian Bach (1685-1750)                 uit Cantate nr.42 Koraal: ‘Verleih uns Frieden Gnädiglich’

Carl August Nielsen (1865-1931)                     Benedictus Dominus, op. 55: 3

Heinrich Schütz (1585-1672)                           Jauchzet dem dem Herrn alle Welt

                                                ----------------
   

                                 TOELICHTING OP HET PROGRAMMA

De kerk in Oosthuizen heeft al heel wat meegemaakt. Nog tijdens de bouw ervan werd Karel V op vijftienjarige leeftijd volwassen verklaard (1515). Dat betekende dat hij vanaf dat moment landheer van de Nederlanden was. Het zal de Oosthuizense boeren en vissers nauwelijks hebben geraakt. Eveneens nog tijdens de bouw van de kerk spijkerde Maarten Luther  zijn 95 stellingen op de kerkdeur te Wittenberg. Maar ook dat zal de inwoner van het toenmalig Oosthuizen niet hebben geweten. Toen in 1568 de kerk 50 jaar oud was, begon voor de Nederlanden de 80-jarige oorlog, in feite een strijd voor vrijheid in het algemeen en vrijheid van godsdienst in het bijzonder. Immers, inmiddels waren de kerkhervormingen ook tot de Nederlanden doorgedrongen en Karels zoon, Philips II, alhier bekend als ‘Koning van Hispaniën’, kwam bloedig ‘orde op zaken’ stellen. Het jaar 1612 betekende andermaal een ingrijpende verandering: de droogmaking van de Beemster was een feit. Maar tijdens de bouw van de kerk lag Oosthuizen dus aan het water en waren de Nederlanden nog ‘gewoon’ Rooms Katholiek. En als zodanig zal de kerk in 1518 zijn ingezegend.

Zo ’n kerkwijding was een officiële gebeurtenis met een eigen liturgie. Elke misviering had zijn specifieke teksten. Veel daarvan, zoals de Psalmen en het Magnificat, werden op toonhoogte gereciteerd (de zogenaamde psalmodie). Als inleiding daarop dienden steeds melodisch getinte zangen. Het daartoe strekkende muziekrepertoire duiden we aan als ‘Gregoriaans’. In principe werd dat éénstemmig gezongen, hoewel al rond de 11e eeuw sprake was van meerstemmige uitvoering. Gedurende de latere Middeleeuwen ontwikkelde zich een meerstemmige vocale stijl die vervolgens de basis werd voor de Westerse meerstemmige muziekcultuur. Of het nu om Bach, Beethoven of Beatles ging, al die muziekstijlen profiteerden van dezelfde muzikale verworvenheden uit de Middeleeuwen.

Tijdens dit concert worden muziekwerken uitgevoerd die allemaal betrekking hebben op verschillende fasen uit de geschiedenis van de kerkmuziek. Ze bieden daarmee een palet aan stijlen en muziekgenres.

Traditiegetrouw klonken tijdens een kerkwijding gezangen met als onderwerp ‘Locus iste’ (deze plek).
Een misviering begon met een Introïtus-gezang; voor kerkwijdingen luidt de tekst “Terribilis est locus iste: hic domus Dei est, et porta caeli: et vocabitur aula Dei” (Ontzagwekkend is deze plek: dit is het huis van God en de poort van de hemel: zij zal Gods woning genoemd worden). Deze tekst wordt nu Gregoriaans gezongen, geheel in stijl voorafgegaan door een orgel-intonatie (bedoeld om het ‘koor’ de juiste begintoon aan te geven). Daarna klinkt een meerstemmige toonzetting  van het Graduale ‘Locus iste’ Dit is een werk van de 19e eeuwse, Oostenrijkse componist Anton Bruckner. Hiermee is het ‘spel’ van de verschillende muziekstijlen meteen duidelijk: een orgel-intonatie uit de Renaissance, een Gregoriaans gezang uit de Middeleeuwen en een motet uit het tijdperk van de ‘(hoog-)Romantiek’, allemaal rond eenzelfde feestelijke gebeurtenis.

Na het introïtus volgden dan enkele vaste gezangen: Kyrie en Gloria. Vandaag allereerst een Kyrie uit het Gregoriaans met daarna een meerstemmige zetting van Kyrie en Gloria van Laurynas Vakaris Lopas, een hedendaags componist uit Litouwen.

Tot de vaste onderdelen van elke kerkelijke plechtigheid behoren de Psalmen, dit ongeacht welke kerkelijke ‘modaliteit’. Voor dit concert is gekozen voor Psalm 1. De Noordelijke Nederlanden hadden in de loop van de 16e eeuw het katholicisme de rug toegekeerd. De kerk van Oosthuizen werd protestants (waarbij hier de leer van Calvijn werd gevolgd). Eén van de principes van de kerkhervormers was: het vervangen van het Latijn als kerkelijke taal door de volkstaal.

Vroege voorbeelden van Psalmteksten in het Nederlands vinden we in Vlaanderen. Daar vertaalde men de teksten en zong men ze op  melodieën van volksliedjes. Iedereen kende die melodieën waardoor ook de teksten gemakkelijk te onthouden waren. Men kon ze dus ook meezingen! De Vlaamse componist Jacobus Clemens non Papa maakte driestemmige zettingen van de Psalmen met Nederlandse tekst (de ‘Souterliedekens’), waarbij één partij de volksmelodie was.   Dat die volksliedjes soms wat platvloers konden zijn, blijkt bijvoorbeeld uit zijn Psalm 150: ¨Die Tenor nae die wyse: Die bruyt en wou niet te bedde.¨ Psalm 1 is overigens minder schokkend, want ‘Nae die wyse: Het was een clercxken dat ghink ter scholen’.
Daaarna klinken twee verschillende vierstemmige zettingen van dezelfde Psalm, nu getoonzet door Claude Goudimel. De tekst is volgens het Geneefse Psalter. De eerste zetting is uit 1564, waarbij de melodie in de tenor-partij klinkt. De tweede zetting dateert uit 1568. Daarbij ligt de melodie goed herkenbaar in de sopraanpartij, maar wel is de toegepaste zettingstechniek complexer: in de andere drie stemmen komen soms ‘vrije imitaties’ voor.

Ook de 20e eeuwse componist Cyrillus Kreek uit Estland gebruikt een volksmelodie. Echter, hij combineert die melodie met moderne harmoniën, wat resulteert in een buitengewoon krachtige en frisse compositie.

Het ‘Onze Vader’ of Paternoster behoort tot de meest verbreide Christelijke gebeden. De tekst vindt zijn oorsprong al in de 1e eeuw! Er klinken drie versies: de eerste is uit de Lutherse traditie en Duitstalig getoonzet door Gotthard Erythräus. De tweede is een eenvoudige, tweestemmige orgelzetting door de Nederlander Henderick Speuy (al in druk verschenen in 1610). De derde versie is ook van een Nederlands componist, de 20e eeuwer Albert de Klerk. Hij gebruikte een tekst in het Latijn.

De Zuid-Duitse componist uit de barokperiode Johann Pachelbel heeft, naast orgelwerken, ook veel vocale muziek op zijn naam staan. Van hem klinken een Magnificat (Lofzang van Maria) en het dubbelkorige ‘Der Herr ist König’.

Tijdens de tweede helft van het concert klinken ook weer verschillende zettingen van dezelfde tekst. Als eerste stuk is dat het motet ‘Jauchzet dem Herrn’ (Psalm 100) van Mendelssohn. Na dit uitbundige ‘Juicht de Heer’ volgen drie toonzettingen van een gebed om vrede ‘Da pacem Domine’.

Als eerste een orgelzetting van de Duitser Arnolt Schlick. Daarna een op deze tekst gebaseerd koorwerk van de moderne Estlandse componist Arvo Pärt. Hij zoekt in zijn compositie naar het mysterie van de stille vrede waarin de melodie bijna verdwijnt. Misschien wel de allermooiste zetting van deze tekst is gemaakt door Bach, die de in het Lutherse Duitsland gebruikelijke kerkmelodie ervan harmoniseerde tot het vierstemmige koraal ‘Verleih uns Frieden gnädiglich’, als slotkoraal voor zijn Cantate nr. 42.
‘Benedictus Domine’ is een tekst die gebruikt wordt om de Heer te prijzen voor al zijn zegeningen. Deze tekst klinkt in een zetting van Carl Nielsen. Nielsen wordt beschouwd als de belangrijkste componist uit Denemarken. Hoewel hij vooral bekend is geworden door zijn Symfonieën en Opera’s, schreef hij ook kamermuziek en muziek voor koor. In deze compositie liet hij zich inspireren door de polyfone muziek uit de Renaissance.

Als slot wordt teruggekeerd naar de tekst ‘Jauchzet dem Herren’. De in Dresden werkzame Heinrich Schütz maakte een dubbelkorige toonzetting van deze tekst waarin de twee koren elkaar afwisselen in een declamatorisch samenspel.   
ZN / WP

   

           

         ( Het was een prachtig en indrukwekkend concert voor een volle kerk )